Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

De pagina ververst bij het selecteren van een onderwerp.

Sla artikel navigatie over.

Gezonde omgeving

Het haven- en industriecomplex vraagt om een aantrekkelijke omgeving, waarin bedrijven willen investeren en mensen graag wonen en recreëren. De economische en maatschappelijke waarde van de haven is daarom nauw verbonden met de kwaliteit van de leefomgeving. Deze kwaliteit wordt onder meer bepaald door de aanwezige natuur en biodiversiteit, de geluidbelasting, de veiligheid en lokale luchtkwaliteit.

We vinden het belangrijk om te weten wat omwonenden van het haven- en industriecomplex vinden. Een goede reputatie zorgt voor meer begrip, draagvlak en steun bij onze stakeholders en vergroot hierdoor onze ondernemingsruimte. Onderzoek in 2021 wijst uit dat we onder omwonenden een hoge 83,2 punten scoren op reputatie en 75,6 punten ontvangen op het vlak van 'license to grow'. Dat laatste is goed, maar is wel een significant lagere score dan vorige keer. Drie op de vier omwonenden ervaart nog steeds meer lusten dan lasten van de haven. Daar moeten we volop aan werken.

Lokale luchtkwaliteit

DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR) rapporteert jaarlijks over de luchtkwaliteit. We beschouwen de jaargemiddelde stikstofconcentratie (NO2) als indicator, waarmee we in beeld brengen hoe het met de luchtkwaliteit in de directe woonomgeving van het haven- en industriecomplex is gesteld. Uit het rapport ‘Lucht in cijfers 2020’ van DCMR blijkt dat deze concentratie in 2020 jaargemiddeld 22,9 µg/m3 (2019: 26,2 µg/m3) bedroeg. Dit is ruim onder de wettelijke grenswaarde van 40 µg/m3. In 2020 is de NO2-concentratie op veel meetstations afgenomen. Dit werd mede veroorzaakt door de mooie zomer van 2020 en door minder vervoersbewegingen en lagere economische activiteit door de beperkende maatregelen om COVID-19 in te dammen.

Geluidmanagement haven

De geluidruimte voor industrielawaai is schaars en zorgvuldig beheer van deze geluidruimte is cruciaal. Het Havenbedrijf Rotterdam is verantwoordelijk voor het beheer van het geluidbudget en de verdeling van het geluidbudget aan klanten. DCMR legt namens de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam het geluidbudget in de vergunning van de bedrijven vast. Tevens controleert DCMR de akoestische onderzoeken van de bedrijven en of een bedrijf voldoet aan de wet- en regelgeving voor geluid. In het project Facetbestemmingsplan Geluid (FBG) werken de gemeente Rotterdam, de provincie Zuid-Holland, het Havenbedrijf Rotterdam en DCMR samen om het geluidmanagement en de geluidruimte gekoppeld aan het Rotterdamse haven- en industriegebied beter te verankeren. Hierbij wordt geanticipeerd op de nog in te voeren Omgevingswet. De diverse onderzoeken voor het FBG worden in 2022 afgerond, zodat het ontwerp-FBG vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage kan worden gelegd. Parallel aan het FBG werken de partijen ook aan beleid voor de realisatie van nieuwe woningbouw binnen de geluidzones van de haven, en een vervolgaanpak gericht op het bereiken van ‘eerlijk en beter geluidmanagement in de regio’ (werktitel).

Natuur in de haven

In de haven hebben we te maken met een breed palet aan natuur. Bijvoorbeeld getijdepark Groene Poort, natuur op landtong Rozenburg, de Vogelvallei of het Geuzenbos, maar ook midden tussen de industrie. Juist de geïndustrialiseerde plekken inspireerden de makers van De Nieuwe Wildernis 2.0 – Wild Port of Europe, om een film te maken over de veerkracht van de natuur. De film draait vanaf 4 oktober 2022 in de bioscopen.

We proberen de natuur in de haven goed samen te laten gaan met de havenactiviteiten. Ons vestigingsklimaat heeft hier profijt van. Bovendien is verantwoord omgaan met natuur een opgave in de Havenvisie 2030.

Afgelopen jaar zijn in het westelijk havengebied ook veel platte oesters aangetroffen aan een kademuur en op de havenbodem. Deze vondst is heel bijzonder, omdat de oesters door overbevissing en milieuvervuiling grotendeels in de Noordzee zijn verdwenen. We ondersteunen de onderzoeken naar de oesters. Zo zijn we ook betrokken bij het onderzoek van stichting ARK om in de haven larven van de oesters te laten hechten op schelpen waarmee vervolgens in de Voordelta nieuwe oesterriffen kunnen worden ontwikkeld.

Natuurvisie

Verantwoord omgaan met onze natuurlijke bronnen en de omgeving is een randvoorwaarde voor een toekomstbestendige haven. Onze natuurvisie is de grondslag waarom we inzetten op natuur in de haven en wat we hiermee willen bereiken. Dit is een complexe opgave. We hebben te maken met een groot aantal verschillende soorten die al of niet beschermd zijn, en met soorten die juist schadelijk, en dus, ongewenst zijn. We moeten voldoen aan wet- en regelgeving, stakeholders tevreden houden en de ontwikkeling van de haven en onze projecten niet dwarsbomen. Als Havenbedrijf Rotterdam moeten we zorgen dat we onze natuurdossiers goed op orde hebben en tijdig anticiperen in onze projecten.

Schotse hooglander graast in de haven

Stikstofproblematiek

De bijdrage van de Rotterdamse haven aan de Nederlandse stikstofdepositie is minder dan 5%. Een rechterlijke uitspraak uit 2019 en een gebrek aan heldere kaders rondom stikstof belemmert de ontwikkeling van de haven fors. Op dit moment hebben we te weinig stikstofruimte om onze investeringsdoelen voor de komende jaren in de Rotterdamse havenontwikkeling te halen. Hetzelfde effect zien we bij het bereiken van onze klimaatdoelstellingen. Als er niet meer stikstofruimte beschikbaar komt, gaan ongeveer 35 projecten in de haven niet door. Dit staat gelijk aan ongeveer 8 miljard euro aan investeringen. Omdat veel investeringen een duurzaam karakter hebben, ontneemt de stikstofcrisis de haven ook de kans om minder CO2 uit te stoten.

Samen met het Rijk, provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam en Deltalinqs zoeken we naar oplossingen om de gewenste transitie van het Rotterdamse haven- en industriegebied mogelijk te maken. Eén van de elementen betreft de instelling van een depositiebank, waarop we vrijgemaakte depositieruimte kunnen stallen. De provincie Zuid-Holland besloot in juli 2021 de Depositiebank Haven Industrieel Complex in te stellen. Het saldo op deze bank wil de haven benutten voor de verlening van natuurvergunningen (en omgevingsvergunningen) voor nieuwe ontwikkelingen.

Dilemma: Toekomst vraagt om minder stikstof, maar om dat te bereiken is stikstofruimte nodig

Voor COVID-19, noemde het kabinet de stikstofproblematiek de grootste crisis van de afgelopen jaren. De hoge uitstoot aan stikstof (stikstofoxiden N0 en ammoniak NH3) schaadt de beschermde natuur. Europa kent strikte regels om te zorgen dat in de beschermde natuurgebieden de biodiversiteit niet verder achteruit gaat en waar mogelijk wordt hersteld. Ondanks het gehanteerde stikstofbeleid is de stikstoflast in de afgelopen jaren nog te weinig gedaald om de biodiversiteit te herstellen.

In een drukbevolkt land met een bloeiende economie zijn continu nieuwe woningen en wegen nodig, vestigen zich nieuwe bedrijven en breiden bestaande bedrijven uit. Het vastlopen van dit proces is economisch en maatschappelijk zeer ongewenst. Uit tal van onderzoeken blijkt dat de industrie nu voor minder dan vijf procent van de stikstofuitstoot verantwoordelijk is. Maar tijdens de bouw van bedrijven en projecten en ook tijdens de gebruiksfase komt extra stikstof vrij. En als daarvoor vergunningen worden aangevraagd, botst deze extra uitstoot met het belang om de biodiversiteit te beschermen. De vergunningverlening zit dan ook nagenoeg op slot. Dit tot grote frustratie van partijen die industrie, wegen en woningbouw willen ontwikkelen. Ook de Rotterdamse haven wordt hierdoor hard geraakt, net als de noodzakelijke energietransitieprojecten in het haven- en industriecomplex.

Wat vinden de stakeholders?

Natuur- en milieuorganisaties maken zich grote zorgen, zij starten tal van beroepsprocedure om te voorkomen dat de stikstofdepositie in beschermde natuurgebieden verder stijgt. Maar ook marktpartijen maken zich zorgen, want nu er onvoldoende stikstofruimte beschikbaar is voor de vergunningverlening komen tal van economische activiteiten tot stilstand, zoals wegenaanleg, woningbouw en industriële projecten. Zelfs maatschappelijk gewenste klimaatprojecten kunnen niet worden gerealiseerd, omdat de benodigde vergunningen niet kunnen worden verstrekt.

Wat vindt het Havenbedrijf Rotterdam?

Samen met partners heeft het Havenbedrijf Rotterdam diverse voorstellen ontwikkeld, zoals het in alle economische sectoren voorschrijven van de best beschikbare technieken (BBT) in de vergunningvereisten. Deze aanpak heeft een innovatie op gang gebracht waardoor de industrie de afgelopen 15 jaar haar stikstofuitstoot met 75% heeft kunnen verlagen. Deze BBT-aanpak kan in andere sectoren ook stikstofwinst opleveren voor natuur en nieuwe economische activiteiten.

Er zijn helaas geen makkelijke oplossingen. We zullen in Nederland keuzes moeten maken. Waar mogelijk reduceren we stikstof en herstellen we de biodiversiteit. Tegelijkertijd moet ook de verdere economische ontwikkeling mogelijk blijven en moeten klimaatprojecten voortvarend kunnen worden gerealiseerd. Het Adviescollege Stikstofproblematiek onder leiding van Johan Remkes vatte dit bondig samen in het rapport ‘Niet alles kan overal’, gevolgd door diverse adviezen van topambtenaren en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het nieuwe kabinet zal een toepasbaar stikstofbeleid moeten opzetten om én de natuur te herstellen én de economische ontwikkeling weer op gang te brengen.

Deel deze pagina: