Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

De pagina ververst bij het selecteren van een onderwerp.

Sla artikel navigatie over.

Pijler 1

De industrie gaat stap voor stap naar klimaatneutraal. De eerste pijler heeft betrekking op het nemen van efficiency-maatregelen en de aanleg van infrastructuur. Restwarmte wordt gebruikt om woningen, bedrijfsgebouwen en kassen te verwarmen. CO2 wordt afgevangen en opgeslagen onder de Noordzee. Deze ontwikkelingen vragen de komende jaren veel extra infrastructuur, zoals pijpleidingen en kabels. Het Havenbedrijf Rotterdam treedt vaak op als projectontwikkelaar voor de ontwikkeling van de uitbreiding van energie-infrastructuur.

Porthos stappen dichterbij

Samen met Gasunie en Energie Beheer Nederland (EBN) werken we aan een basisinfrastructuur voor het verzamelen en transporteren van CO2 in het Rotterdamse haven- en industriecomplex voor opslag in (lege) gasvelden in de Noordzee. Dit gebeurt binnen het project Porthos: Port of Rotterdam CO2 Transport Hub & Offshore Storage. Eind 2020 heeft de Europese Commissie voorgesteld 102 miljoen euro subsidie beschikbaar te stellen voor dit project. In 2021 volgde de Nederlandse overheid met een reservering van twee miljard euro voor vier bedrijven die CO2 gaan aanleveren. Dit zijn Air Liquide, Air Products, ExxonMobil en Shell. Deze subsidie is nodig om het verschil te overbruggen tussen de kosten voor CO2-emissierechten (ETS) en de kosten voor CO2-afvang en opslag (CCS). Op die manier daalt de CO2-uitstoot, maar ondervinden de bedrijven geen concurrentienadeel. De reservering voor mogelijk toe te kennen subsidie is gebaseerd op een ETS van 25 euro. 

De eerste serie vergunningen voor het realiseren van Porthos zijn verleend. In 2021 startte wel een beroepsprocedure omdat er stikstof-emissies optreden tijdens de bouwfase.

Binnen Nederland kennen we ook Aramis. Dit project is vergelijkbaar met Porthos en houdt zich bezig met de ontwikkeling van CCS buiten de Rotterdamse regio. Het is onze intentie dat beide projecten gebruik gaan maken van de nog aan te leggen infrastructuur voor Porthos in het havengebied.

Restwarmte Rotterdamse haven zorgt voor verduurzaming

Begin november namen de Gasunie en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat het definitieve investeringsbesluit voor de aanleg van een warmteleiding van de Rotterdamse haven naar Den Haag. Met de aanleg van de ondergrondse leiding komt restwarmte van bedrijven uit de haven beschikbaar voor maximaal 120.000 woningen en andere gebouwen in de regio. De aanleg van de WarmtelinQ-leiding is naar verwachting in 2025 klaar. Het Havenbedrijf Rotterdam heeft een samenwerking met de Gasunie om klanten in het haven- en industriecomplex aan te sluiten op de warmteleiding van de Gasunie.

Dilemma: Kiezen we bij de energietransitie voor een tussenvorm zoals CCS of gaan we gelijk over naar een eindoplossing zoals waterstof?

Bij CCS (Carbon Capture and Storage) wordt CO2 die nu vrijkomt bij industriële processen afgevangen en opgeslagen. De gedachte achter het toepassen van CCS is dat de olieraffinage en petrochemie zoals die nu in bijvoorbeeld Rotterdam plaatsvindt, niet binnen enkele jaren ophoudt te bestaan, en het dus verstandig is de uitstoot van die industrie te beperken door de CO2 af te vangen en op te slaan in lege gasvelden onder de Noordzee.

Wat vinden stakeholders?

Klimaatverandering is het gevolg van de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer. De opwarming van de aarde wordt niet bepaald door het moment waarop de samenleving klimaatneutraal is, maar door de hoeveelheid CO2, methaan en andere broeikasgassen in de atmosfeer. Met de huidige mondiale uitstoot is het zogenoemde CO2-budget over tien jaar op: dan zit er zoveel broeikasgas in de atmosfeer dat de temperatuur wereldwijd gemiddeld 1,5 graad stijgt. Daarom gaan de meeste scenario’s van bijvoorbeeld het IPCC uit van grootschalige toepassing van CCS om de opwarming binnen de bandbreedte van het Parijs-akkoord te houden.

Om zonder CCS onder de 2 graden (of zelfs 1,5 graad) opwarming te blijven, moeten samenlevingen wereldwijd hun (fossiele) energiegebruik drastisch verlagen. Overheden en wetenschappers zien dat niet als realistisch. De meeste natuur- en milieuorganisaties delen deze mening. Zo is Bellona een uitgesproken voorstander van CCS en ziet Natuur en Milieu het als een transitiemaatregel: de komende decennia is het nodig, maar we moeten zorgen dat we op lange termijn zonder kunnen. Andere NGO's zoals Greenpeace zijn principieel tegenstander van CCS. Er is bezorgdheid dat de industrie met CCS niet voldoende gestimuleerd wordt om over te gaan op technologie waarbij geen CO2 meer vrijkomt. Ook wordt het argument gebruikt dat een euro maar één keer uitgegeven kan worden, en dat die dan beter besteed is als wordt geïnvesteerd in bijvoorbeeld groene waterstof.

Wat vindt het Havenbedrijf Rotterdam?

Het Havenbedrijf Rotterdam ziet CCS als de beste manier om op korte termijn veel CO2 tegen lage kosten uit de atmosfeer te houden. Het Rotterdamse Porthos-project kan straks naar verwachting jaarlijks circa 10% van de Rotterdamse uitstoot opvangen. De kosten per ton CO2 die niet in de atmosfeer komt, zijn lager dan veel andere energietransitiemaatregelen, zo blijkt uit cijfers van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). CCS is een wezenlijk onderdeel van de in-3-stappen-duurzaam strategie van het Havenbedrijf Rotterdam: terwijl de verandering van het energiesysteem (van olie, kolen en aardgas naar groene elektriciteit en waterstof) vorm krijgt en de eerste projecten op het gebied van circulaire economie van de grond komen, brengen we met CCS de uitstoot van de huidige industrie op relatief korte termijn al drastisch naar beneden. Het Havenbedrijf Rotterdam investeert dus tegelijkertijd zowel in CCS als in vernieuwing van het energiesysteem en circulaire productieprocessen, omdat ze allemaal nodig zijn om de klimaatverandering binnen de afgesproken bandbreedte te kunnen houden.

Deel deze pagina: