4.3.3 Luchtkwaliteit
Het Havenbedrijf Rotterdam zet zich in voor het verbeteren van de luchtkwaliteit in het haven- en industriecomplex, om zo een gezonde leefomgeving te bevorderen. Verwachtingen van belanghebbenden groeien en lokaal draagvlak is cruciaal voor de gegunde toekomst en duurzame ontwikkeling van de haven. Luchtkwaliteitsnormen worden strenger en tegelijkertijd beïnvloedt de landelijke stikstofproblematiek het vestigingsklimaat en daarmee de aantrekkingskracht van de Rotterdamse haven. Het beschreven beleid en de activiteiten vloeien voort uit onze ondernemingsstrategie en vinden hun besluitvorming in onze governancestructuur.
Effecten, risico's en kansen
We gebruiken de dubbele materialiteitsanalyse om scherp in beeld te krijgen welke effecten, risico’s en kansen relevant zijn. De maatschappelijke waarde van het haven- en industriecomplex hangt samen met de leefomgeving; vooral veiligheid en luchtkwaliteit spelen een rol. Activiteiten van klanten in het haven- en industriecomplex beïnvloeden de luchtkwaliteit, wat gevolgen heeft voor het welzijn en de leefkwaliteit van bewoners in Rotterdam en omliggende kernen. Daarnaast hebben ontwikkelingen op het gebied van luchtkwaliteit directe gevolgen voor het functioneren van de haven. Steeds strenger wordende Europese normen zetten het vestigingskimaat onder druk, met financiële gevolgen voor het Havenbedrijf Rotterdam. Door ons in te blijven zetten voor een verbetering van de luchtkwaliteit versterken we een duurzame en competitieve havenomgeving. Dit levert mogelijk gunstige financiële effecten op voor ons bedrijf, bijvoorbeeld door bij te dragen aan een verbetering van het vestigingsklimaat. Dit thema is voor ons zowel qua milieueffect als financieel effect belangrijk.
|
Speerpunt: |
In balans met de maatschappij en omgeving |
|
Luchtverontreiniging: |
De aanwezigheid van concentraties verontreinigende of schadelijke stoffen zoals fijnstof, vluchtige organische stoffen (VOS), of ozon (smog) in de lucht als gevolg van eigen operaties en operaties door klanten in het HIC. |
|
|
Havenactiviteiten zoals bouw, industrie en scheepvaart hebben invloed op de luchtkwaliteit, wat schadelijk kan zijn voor de (volks)gezondheid. Daarnaast leidt dit tot stikstofdepositie, wat negatieve effecten heeft op (kwetsbare) natuur buiten de haven. |
|
|
Het behalen van luchtkwaliteitsnormen en vergunningverlening zijn onmisbaar voor een duurzame en competitieve havenomgeving. Dit is belangrijk voor het behouden en aantrekken van klanten. |
Beleid
Industrie en zeescheepvaart zijn de grootste bron van stikstofoxiden- en fijnstofuitstoot in de haven van Rotterdam. Dankzij technologische innovaties en strengere normen voldoet de luchtkwaliteit in het Rijnmondgebied aan de huidige concentratienormen uit de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit. Ook bij verdere groei blijft het doel: voldoen aan de wettelijke normen en bijdragen aan een gezonde leefomgeving. In 2030 worden de Europese normen aangescherpt. We bereiden ons hierop voor door emissies te monitoren en maatregelen te stimuleren die emissiereductie versnellen. Het is de verwachting dat het Rijnmondgebied in 2030 zal voldoen aan de aangescherpte luchtkwaliteitsnormen.
Heldere rolverdeling
Het Havenbedrijf Rotterdam stimuleert betere luchtkwaliteit; handhaving en vergunningverlening liggen bij DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR). DCMR ziet toe op naleving van milieuwetgeving en voert metingen uit. Voor emissiedata vertrouwen we op DCMR en het RIVM. Het RIVM registreert alle emissies in Nederland en publiceert jaarlijks definitieve cijfers. Grote emissiebedrijven leveren gegevens via een elektronisch milieujaarverslag aan DCMR; het RIVM controleert en stelt deze vast. Deze samenwerking waarborgt transparantie en vormt een solide basis voor beleid. Definitieve cijfers komen met een vertraging van twee tot drie jaar.
Luchtverontreinigende stoffen
De Europese Richtlijn Luchtkwaliteit stelt duidelijke normen voor schadelijke stoffen. In de Rotterdamse haven spelen vooral stikstofdioxiden (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) een rol. PM staat voor ‘particulate matter’, waarbij het cijfer de maximale deeltjesgrootte in micrometer aangeeft. Daarnaast zijn vluchtige organische stoffen (VOS) van belang. Deze ontstaan bij verdamping van organische producten, zoals aardolie, en bij onvolledige verbranding. Door inzicht in deze stoffen en hun effecten blijft het mogelijk om gerichte maatregelen te nemen en de luchtkwaliteit verder te verbeteren.
Doelstellingen
Onderdeel van onze ondernemingsstrategie is het monitoren van luchtverontreinigende emissies, en het bereiken van een absolute emissiereductie (stikstofoxiden, fijnstof en vluchtige organische stoffen) van 30% in het haven- en industriecomplex van Rotterdam in 2029 ten opzichte van 2019. Deze doelstelling geldt voor emissies afkomstig van de havenindustrie, scheepvaart en het wegverkeer. Hierbij volgen we de ontwikkelingen niet meer op basis van concentratienormen (zoals de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit en onze oude KPI), maar op basis van absolute emissies (nieuwe KPI). Bij concentraties is er een aanzienlijke invloed van andere factoren, zoals het weer en emissies uit het buitenland, waarop de haven geen invloed heeft. Dat zorgt ervoor dat de concentratienorm niet altijd een representatieve indicatie geeft van de luchtkwaliteit.
Het streven naar een emissiereductie van 30% is gebaseerd op de emissieramingen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) uit 2025 ten aanzien van luchtverontreinigende stoffen. Emissiereductie verloopt niet lineair, omdat de effectiviteit van vastgesteld en voorgenomen beleid en economische factoren de uitstoot sterk beïnvloeden. We hanteren daarom geen jaarlijkse reductienorm, maar stellen een signaalwaarde: als de rapportage over 2027 (publicatie in 2029) minder dan 15% reductie ten opzichte van 2019 laat zien, overleggen we met DCMR over een vervolgstap. Dat kan bijvoorbeeld een oorzaakanalyse zijn. Hiervoor nemen we contact op met DCMR en gaan we de emissiecijfers nader bestuderen. Op basis daarvan overleggen we met het bevoegd gezag over de haalbaarheid van aanvullende maatregelen.
Activiteiten
Het Havenbedrijf Rotterdam houdt bij de eigen havenprojecten rekening met het minimaliseren van emissies, zodat deze projecten bijdragen aan het behalen van de doelstelling uit de ondernemingsstrategie voor het verbeteren van de leefbaarheid in en rond de haven. We nemen emissie-eisen mee in ons aanbestedingsbeleid en ondertekenden het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen. In 2025 riepen Cobouw en PwC ons uit tot meest duurzame opdrachtgever in de bouw. Voor de Cobouw Awards beoordeelden zij het duurzaamheidsbeleid van zo’n vijftig opdrachtgevers. U leest er hier meer over.
Door middel van beloningen stimuleren we duurzaamheid actief, bijvoorbeeld bij bedrijven die duurzame maatregelen invoeren en bij gebruik van schonere zee- en binnenvaartschepen. Ook werken we met ons walstroomprogramma actief aan het gebruik van stroom door afgemeerde schepen. Dit voorkomt luchtverontreinigende emissies.
Resultaat
De doelstelling van 30%-emissiereductie (stikstofoxiden, fijnstof en vluchtige organische stoffen) heeft betrekking op emissies in het Rotterdamse haven- en industriecomplex. Wij hebben hier geen directe invloed op, want het zijn geen activiteiten van het Havenbedrijf Rotterdam. De totale reductie op de drie stofgroepen vormt het percentage. De emissiereductie moet in 2030 30% bedragen. De bron van de emissiedata in onderstaande tabel, de Emissieregistratie en concentratiekaarten (GCN) van het RIVM, kennen een vertraging. Voor stikstofoxiden en fijnstof hebben we een vertraging van drie jaar en voor vluchtige organische stoffen een vertraging van twee jaar. Om die reden kunnen wij geen emissiedata rapporteren over 2025. In dit jaarverslag brengen we het ijkjaar van de KPI in beeld (2019) en de beschikbare tussenliggende jaren.
|
(Kritische) Prestatie Indicatoren |
Realisatie 2023 |
Realisatie 2022 |
Realisatie 2021 |
Realisatie 2020 |
Realisatie 2019 |
|---|---|---|---|---|---|
|
Realisatie wordt gemonitord door te streven naar een 30%-reductie in 2030 ten opzichte van 2019, met in 2027 een reductie van 15% als signaalwaarde. |
|||||
|
Stikstofoxiden (NOx) in tonnen |
nog niet bekend |
19.830 |
20.171 |
22.232 |
21.549 |
|
Fijnstof (PM10) in tonnen |
nog niet bekend |
1.091 |
1.057 |
1.149 |
1.170 |
|
Vluchtige organische stoffen (VOS) in tonnen |
9.988 |
10.571 |
10.210 |
10.589 |
11.137 |
Vooruitblik
Ondanks dat het Rijnmondgebied voldoet aan de luchtkwaliteitsnormen, zetten we ons - in lijn met onze doelstelling - in voor verdere emissiereductie in de haven. We investeren in het verduurzamen van onze eigen vloot. Daarnaast nemen we emissiereductie als voorwaarde mee in onze aanbestedingsprocessen. We verwachten een aanzienlijke emissiereductie door in te zetten op walstroom. We participeren in Rotterdam Shore Power (u leest er hier meer over) met als doel om het gebruik van walstroom voor zeeschepen optimaal te faciliteren en te stimuleren. Het doel is om een gezonde en aantrekkelijke omgeving te creëren voor zowel bedrijven als bewoners.