3.2.2 Overslag en financiën

Het Havenbedrijf Rotterdam heeft een solide financieel jaar achter de rug. De opbrengsten, bestaande uit havengelden en huur- en erfpachtopbrengsten, groeiden met 6,6% naar 940,4 miljoen euro (2024: 882,0 miljoen euro). De havengelden namen toe, deels door indexatie en deels door het effect van een lagere call-size wat leidt tot een hogere prijs per ton. De huur- en erfpachtopbrengsten stegen met name door nieuwe contracten, indexeringen en prijsherzieningen.

De operationele lasten namen met 12,0% toe naar 356,8 miljoen euro. De stijging kwam met name door een stijging in de IT-kosten door diverse grote projecten en verdergaande cybersecurity-activiteiten. Ook het effect van de cao-verhoging is zichtbaar in de lonen, salarissen en sociale lasten.

Het resultaat voor belastingen, rente, afschrijvingen en waardeverminderingen (340,9 miljoen euro) bleef gelijk aan 2024. Het nettoresultaat daalde met 2,8% tot 266,0 miljoen euro, met name door hogere belastingen.

De bruto-investeringen kwamen uit op 291,4 miljoen euro, inclusief kapitaalstortingen in deelnemingen. De grootste investeringen van 2025 waren het Alexiaviaduct (23,3 miljoen euro) en het spooremplacement Maasvlakte Zuid (20,1 miljoen euro). De grafiek geeft onze investeringen weer in de afgelopen 5 jaar.

Overslag Rotterdamse haven

In 2025 zijn er in de Rotterdamse haven 428,4 miljoen ton goederen overgeslagen. Ten opzichte van 2024 nam de overslag af met 1,7%. De grootste daling vond plaats in droog massagoed.

(Brutogewicht x 1.000 metrische tonnen)

2025

2024

Verschil (aantal)

Verschil (%)

Droog massagoed

66.562

71.190

-4.628

-6,5%

Nat massagoed

196.974

200.027

-3.054

-1,5%

Totaal massagoed

263.535

271.217

-7.682

-2,8%

Containers

133.167

133.400

-232

-0,2%

Breakbulk

31.669

31.182

487

1,6%

Totaal stukgoed

164.836

164.582

254

0,2%

Totaal overslag

428.372

435.799

-7.428

-1,7%

Totaal in aantallen containers

8.150.295

7.962.299

187.996

2,4%

Totaal in aantallen TEU

14.244.954

13.819.761

425.193

3,1%

Overslag droog massagoed

De overslag van droog massagoed nam ten opzichte van 2024 af met 6,5%. De aanvoer van ijzererts en schroot daalde met 11,5%, met name door lagere volumes ijzererts en cokeskolen als gevolg van een zwakke Europese staalmarkt. De overslag van kolen daalde met 8,7%, met name door een lagere aanvoer van cokeskolen die hoogovens gebruiken voor staalproductie. De overslag van agribulk nam toe met 6,3%, vooral door een forse stijging in de import van oliehoudende zaden, zoals soja, sojameel en raapzaad.

Droog massagoed

(Brutogewicht x 1.000 metrische tonnen)

Agribulk
IJzererts & schroot
Kolen
Biomassa
Overig droog massagoed
Overslag nat massagoed

De overslag van nat massagoed nam af met 1,5%. De daling vond plaats bij minerale olieproducten (-12,6%) en overig nat massagoed (-3,1%). Redenen: ongunstige markt, waardoor de opslag niet lucratief is; arbitrages tussen regio’s waren niet open of gunstiger voor transport naar Azië. De groei van 2023 en 2024 na de sancties op Russische olieproducten lijkt uitgewerkt en de vraag blijft beperkt.

De overslag van overig nat massagoed nam af met 1,1 miljoen ton (-3,1%), met name door de lagere overslag van chemische producten. De overslag van ruwe olie steeg met 3,4% vanwege betere raffinagemarges dan in 2024. De overslag van LNG (Liquefied Natural Gas) steeg met 15,1% naar 13,0 miljoen ton, met name door het aanvullen van de gasvoorraden in Europa.

Nat massagoed

(Brutogewicht x 1.000 metrische tonnen)

Ruwe olie
Minerale olieproducten
LNG
Overig nat massagoed
Overslag containers en breakbulk

De containeroverslag groeide in 2025 met 3,1% naar 14,2 miljoen TEU (Twenty-foot Equivalent Unit). Deze stijging kwam vooral door de toegenomen Europese consumptie. In tonnen daalde de containeroverslag licht met 0,2% tot 133,2 miljoen ton. De import van volle containers steeg dankzij hogere consumentenbestedingen. De export van volle containers nam echter af door de zwakkere concurrentiepositie van de Europese industrie, Amerikaanse invoertarieven en de sterkere focus van China op interne sourcing. Daardoor keerden meer lege containers zonder lading terug naar Azië. Dit verklaart waarom de overslag in TEU’s steeg, terwijl de overslag in tonnen afnam.

Containers

(Brutogewicht x 1.000 metrische tonnen)

Deepsea containers
Feeder containers
Shortsea containers

De overslag van breakbulk (Roll-on/ Roll-off (RoRo) en overig stukgoed) steeg met 0,9% naar 31,7 miljoen ton. De overslag van RoRo nam toe met 0,1% naar 25,6 miljoen ton. De volumes van en naar het Verenigd Koninkrijk zijn nog niet hersteld van de achterblijvende economie. Overslag van overig stukgoed steeg met 4,4%. Deze toename komt door de overslag van buisdelen voor de aanleg van Porthos, staalplaten en door meer geleverde monopiles.

Breakbulk

(Brutogewicht x 1.000 metrische tonnen)

Roll-on/ Roll-off
Overig stukgoed
Drukte in afhandeling containers

In 2025 had de Rotterdamse haven te maken met uitzonderlijke drukte in de afhandeling van containerstromen. Er waren verschillende oorzaken, zoals de overgang naar nieuwe vaarschema’s, hogere callsizes, veranderende allianties, werkonderbrekingen en uitdagende weersomstandigheden. Dit leidde tot oplopende wachttijden aan de landzijde van de operatie van de deepsea terminals. Vooral de binnenvaart en het wegvervoer hadden hiermee te kampen.

In oktober veroorzaakte de staking bij de sjorders vertraging in de afhandeling van containers. Daardoor konden containerschepen niet worden afgehandeld, wat vertragingen opleverde en de leveringszekerheid onder druk zette.

Marktaandeel Hamburg – Le Havre range

Ons marktaandeel in de Hamburg – Le Havre range in 2025 (tot en met het derde kwartaal) was 36,6%. Ten opzichte van 2024 (37,1% tot en met het derde kwartaal) nam ons marktaandeel af.

Marktaandelen Hamburg - Le Havre range t/m Q3 2025

(in %)

Rotterdam
Antwerpen - Bruges
Hamburg
Amsterdam
Bremerhaven
Le Havre
Duinkerken
North Sea Ports
Wilhelmshaven

'ALS WE AAN DE JUISTE KNOPPEN DRAAIEN,
KOMEN WE HIER UIT'

Ronald van Klaveren - Lyondellbasell

­

De chemische industrie in de Rotterdamse haven staat onder ongekende druk. Wereldwijde overcapaciteit, torenhoge energieprijzen in Nederland en stijgende kosten zetten bedrijven klem. LyondellBasell (LYB), een van de grote spelers, moest al hun Maasvlakte-site sluiten, een joint venture met Covestro. Dit was een van de meest geavanceerde fabrieken, uitgerust met toonaangevende technologie en een hoge CO₂‑efficiëntie in vergelijking met soortgelijke installaties wereldwijd. Ronald van Klaveren, vicepresident Global Chemical Sales & Sustainability bij het wereldwijd opererende chemieconcern, schetst de situatie en ziet oplossingen, maar er moet wel snel actie komen.

Wat is er aan de hand met de chemiebedrijven in de haven?

‘Het is als een perfect storm. Overcapaciteit, vooral door aanbouw in China, hoge energieprijzen na de Oekraïne-invasie, inflatie en stijgende arbeidskosten komen samen. Daarbovenop hebben we nog te maken met de ETS-heffing. Deze omstandigheden hebben al geleid tot sluitingen, zoals onze joint venture-fabriek op de Maasvlakte. Dat is niet alleen emotioneel zwaar, maar kost ook miljoenen euro’s.

We investeren al in verduurzaming en hebben fabrieken die technisch geschikt zijn voor verdere verduurzaming, maar mensen zijn niet genoeg bereid extra te betalen voor circulaire en koolstofarme producten. In een supermarkt kiest men vaak voor het goedkoopste. Daardoor ontbreekt een verdienmodel en dat maakt nieuwe investeringen vrijwel onmogelijk.’

Wat zijn mogelijke oplossingen voor deze situatie?

‘We hebben als industrie en andere belanghebbenden vijf punten benoemd. Ten eerste, een gelijk speelveld voor Nederland ten opzichte van Europa en voor Europa ten opzichte van de rest van de wereld. Nederland loopt voor de troepen uit en is daardoor duurder dan buurlanden. Elektriciteit kost hier twee keer zoveel als in Duitsland. Ten tweede, betaalbare infrastructuur voor elektrificatie en CCS. Ten derde, werkbare subsidies – nu zijn ze vaak niet geïndexeerd of onzeker. Ten vierde, consistente wetgeving die een kabinetsperiode ver overschrijdt, want wij investeren voor de lange termijn. En tot slot, versnelling van de consumentenvraag naar circulaire en koolstofarme producten.’

Wat vindt u van de rol van het Havenbedrijf Rotterdam?

‘Complimenten. Het Havenbedrijf Rotterdam pakt al jaren regie, bijvoorbeeld met infrastructuurprojecten. Mijn oproep: ga door, versterk cluster-synergie (zie kader) en investeer in ‘no regret’-infrastructuur, zoals elektrificatie en CCS. En blijf op de barricade staan. Politici en beleidsmakers moeten van alle betrokkenen steeds dezelfde boodschap horen. Het Havenbedrijf Rotterdam speelt daarin een belangrijke rol. Uiteindelijk gaat het om werkgelegenheid, verdienvermogen en strategische relevantie. Maar het allerbelangrijkste voor ons allemaal blijft: geef de industrie het vertrouwen dat er hier toekomst is. Laat ons concurrerend zijn in Europa, en de rest van de wereld. En versnel de vraag naar duurzame producten, anders is er geen verdienmodel. Technisch kunnen we verder verduurzamen, maar zonder markt is het onmogelijk. Als we aan de juiste knoppen draaien, komen we hieruit.’

Cluster-synergie: de kracht van de onderlinge verbondenheid tussen raffinaderijen, chemie, logistiek en andere industrieën; ze delen grondstoffen, energie (warmte, CO2) en infrastructuur, waardoor ze efficiënter werken, kosten besparen en elkaar versterken in de energietransitie, met een focus op duurzaamheid en circulariteit.

ETS-heffing (Emissions Trading System): een Europees systeem dat een prijs koppelt aan CO2-uitstoot, bedoeld om industrieën te verduurzamen door hen te laten betalen voor elke ton uitgestoten CO2.

Carbon Capture and Storage (CCS): een technologie om CO₂ af te vangen en op te slaan. Porthos is hiervan een voorbeeld. Dit project is een initiatief van EBN, Gasunie en het Havenbedrijf Rotterdam. Aramis is een ander voorbeeld, geïnitieerd door EBN, Gasunie, TotalEnergies en Shell.

‘No regret’-infrastructuur: investeringen in bijvoorbeeld duurzaamheid en bereikbaarheid die altijd voordeel opleveren, ongeacht hoe toekomstige scenario's uitpakken.

LNG ALS TRANSITIEBRANDSTOF
OF VERSNELD
NAAR HERNIEUWBARE ENERGIE

DILEMMA

De energietransitie stelt ons voor vraagstukken die niet altijd eenvoudig zijn. LNG (Liquefied Natural Gas) is daarvan een goed voorbeeld. Door aardgas af te koelen tot -162°C krimpt het volume 600 keer, waardoor transport over grote afstanden efficiënt is. Sinds het stopzetten van Gronings gas en pijpleidinggas uit Rusland is Nederland steeds afhankelijker geworden van geïmporteerd LNG. De haven van Rotterdam, met de Gate-terminal en drie grote opslagtanks (een vierde volgt in 2026), is uitgeroeid tot een strategisch knooppunt voor de import, opslag en distributie van LNG. We leggen ook een nieuwe steiger aan waar LNG-aangedreven schepen deze brandstof kunnen bunkeren. Deze ontwikkelingen benadrukken hoe belangrijk vloeibaar aardgas is voor de energiezekerheid van Nederland en Noordwest-Europa, al blijft het een fossiele brandstof. Moeten we LNG blijven inzetten als overgangsbrandstof, of is het mogelijk om versneld over te stappen naar volledig hernieuwbare energie?

Wat vinden stakeholders?

Overheden en beleidsmakers vinden LNG nodig om leveringszekerheid van energie te garanderen. Voor de scheepvaart biedt LNG directe voordelen: het verlaagt emissies van fijnstof, stikstofoxiden en zwaveloxiden en de bestaande LNG-infrastructuur kan eenvoudig worden aangepast voor bio-LNG en synthetisch methaan. Dit laatste maakt de overstap naar koolstofarme scheepvaart eenvoudiger. LNG kan ook dienen als grondstof (met CO2-afvang) voor koolstofarme waterstof, die 70 tot 95% minder CO₂-uitstoot heeft dan grijze waterstof. Daarmee fungeert LNG als overbrugging tot groene waterstof op grote(re) schaal haalbaar is. Milieuorganisaties en maatschappelijke partijen zijn vooral kritisch. Zij wijzen op methaanlekken (bij productie, transport en opslag), de energie-intensieve productie en de milieuvervuilende winning via fracking in de Verenigde Staten. Ook bestaat er zorg over het risico dat bedrijven de investeringen eerst willen terugverdienen voordat ze overstappen op volledig hernieuwbare energie, het zogenoemde lock-in-effect.

Wat vindt het Havenbedrijf Rotterdam?

Het importeren van LNG is belangrijk voor de leveringszekerheid van (aard)gas in Nederland. LNG kan bovendien dienen als grondstof voor koolstofarme waterstof (met CO₂-afvang), wat de CO₂-uitstoot binnen en buiten het havengebied vermindert, vooral als het grijze waterstof vervangt. Dit ondersteunt CO₂-transport- en opslagprojecten zoals Aramis en stimuleert de waterstofmarkt. Koolstofarme waterstof is momenteel goedkoper dan groene waterstof, waardoor het aantrekkelijk is voor gebruikers. Zodra groene waterstof ruimer beschikbaar is, kan deze de rol overnemen. We blijven alert op keteneffecten: emissiereductie hier mag niet leiden tot hogere uitstoot elders. Het lock-in-risico vraagt om duidelijke tijdspaden, flexibiliteit en een eindpunt. Wij investeren in verduurzaming van de haven en koppelen LNG aan CO₂-afvang en waterstofontwikkeling, zodat LNG een brug vormt naar volledig hernieuwbare energie.

Next Next Previous Previous
addtoreport Download
Deel deze pagina: